Vorig jaar schreven we nog dat het einde van de “feelgood corporate communications” was aangebroken, vandaag merken we stilaan dat Europese bedrijven (en landen) zich aanpassen aan de nieuwe realiteit. Soevereniteit (in onze aanvoerketen en digitaal), weerbaarheid (resilience), infrastructuur en militaire macht bepalen de politieke en economische agenda in Europa. 

Een van de stemmen in dat debat is Claude Van de Voorde, luitenant-generaal op rust en voormalig commandant van de Belgische luchtmacht. Na een militaire loopbaan van meer dan veertig jaar werkt hij vandaag rond resilience en strategische weerbaarheid van bedrijven en overheden. Claude Van de Voorde is “of counsel” bij FINN/Gosselin & de Walque, en helpt in die rol bedrijven in hun strategische positionering op domeinen als weerbaarheid en defensie. 

Zijn boodschap voor bedrijven is simpel: oorlog speelt zich vandaag niet langer uitsluitend af aan het front, in Oekraïne, Soedan of het Midden-Oosten. Conflicten sijpelen ook onze economie binnen via polarisatie en desinformatie, cyberaanvallen, sabotage, energie-afhankelijkheid en geopolitieke druk. 

In dat spanningsveld duiken twee begrippen nadrukkelijker op: soevereiniteit en weerbaarheid of resilience. Wie controleert kritieke technologie? Wie beheerst de toeleveringsketens? Wie beslist over energie, data en defensiecapaciteit? Dat is geen louter militair debat meer. 

Daarnaast kijken meer en meer bedrijven naar de defensie-industrie als economische opportuniteit. Veiligheid, weerbaarheid en defensie komen dus steeds hoger op de agenda van bedrijven en kmo’s.

Defensie vraagt een totaalaanpak

Luitenant-generaal Van de Voorde, u pleit al langer voor een whole-of-society approach op het vlak van defensie. Waarom is dat vandaag zo dringend?

Claude Van de Voorde: Tien jaar geleden zaten we in een periode van wat ik noem war of choice. Er was ergens een conflict — bijvoorbeeld in Irak — en landen konden beslissen of ze meededen of niet. Sommige landen zeiden: wij doen mee. Andere landen, zoals België, zeiden: oh, ik heb pijn aan mijn goesting. Misschien de volgende keer. Dat was NAVO 2.0. Vandaag zitten we in NAVO 3.0. En dat lijkt opnieuw sterk op NAVO 1.0, van tijdens de Koude Oorlog. Elk land heeft opnieuw een verantwoordelijkheid om bij te dragen aan defense and deterrence. Verdedigen en ontraden. Dat zijn opnieuw de sleutelwoorden.

Defensie is niet alleen iets van het leger. Het gaat over infrastructuur, energie, cyberveiligheid, logistiek, industrie, en over hoe gezinnen voorbereid zijn op een crisis.

Claude van de voorde

Na de val van de Berlijnse Muur hebben we twintig à dertig jaar in een soort love and peace-fase geleefd. We zijn vergeten wat afschrikking betekent. Vandaag moeten we dat opnieuw leren. 

Veiligheid en verdediging gaan niet alleen over gevechtsvliegtuigjes kopen of tanks en schepen bestellen – dat is een te enge kijk. Dat is de zichtbare bovenlaag. Echte veiligheid vraagt een veel bredere aanpak.

Defensie is niet alleen iets van het leger. Het gaat over infrastructuur, energie, cyberveiligheid, logistiek, industrie, en zelfs over hoe gezinnen voorbereid zijn op een crisis. Die mindset begint stilaan te veranderen, maar we zouden eigenlijk sneller moeten schakelen.

Landen zoals Finland begrijpen dat al langer. Daar hebben ze het concept van total defense volledig geïntegreerd in hun nationale doctrine. Dat betekent dat niet alleen het leger nadenkt over crisisscenario’s. Iedere sector doet dat. Iedere industrie. Zelfs ieder huishouden. 

Daar stelt men zich vragen zoals: wat doen we als plots de stroom uitvalt? Wat als het internet wegvalt? Kunnen bedrijven blijven functioneren? Hebben we generatoren? Kunnen we nog communiceren? In landen die de dreiging al langer voelen, zit dat soort reflex ingebakken in het collectieve bewustzijn. Bij ons moet dat nog groeien – of eigenlijk terugkomen. Tijdens de Koude Oorlog was die alertheid vanzelfsprekender dan vandaag. 

Wat betekent die nieuwe veiligheidscontext concreet voor België?

Ik denk dat we nog altijd redelijk georganiseerd zijn. Maar veel plannen moeten opnieuw afgestoft worden. Tijdens de Koude Oorlog waren die scenario’s volledig uitgewerkt. Daarna zijn ze wat naar de achtergrond verdwenen. 

Als Amerikaanse, Britse of Canadese troepen hier aankomen – bijvoorbeeld in Antwerpen of Zeebrugge – dan is het onze taak om die troepen te ontvangen, te organiseren en verder richting het oosten te laten bewegen. In NAVO-termen heet dat reception, staging and onward movement. Daar heeft België een belangrijke verantwoordelijkheid.

Er worden op dit moment drie grote plannen uitgewerkt. Het eerste is een verdedigingsplan: wat doen we als er hier een crisis uitbreekt? Waar positioneren we onze eenheden? Beschermen we de havens, de kerncentrales, het NAVO-hoofdkwartier? Dat soort vragen. 

Het tweede is een enabling plan: hoe zorgen we ervoor dat versterkingen uit andere NAVO-landen snel naar het oosten kunnen doorstromen? Dat gaat over logistiek, infrastructuur en transport. 

Die twee plannen zijn bijna afgerond. Maar er is ook een derde luik: een weerbaarheidsplan. Dat valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Crisiscentrum. Daar gaat het over de vraag hoe we de weerbaarheid van het land als geheel versterken. Hoe zorgen we dat onze infrastructuur, onze economie en onze samenleving bestand zijn tegen crisissen?”

Elk bedrijf moet beseffen dat het een strategisch doelwit kan zijn — zeker wie actief is in hoogtechnologie, farma, AI of kritieke infrastructuur.

claude van de voorde

Er is dus werk aan de winkel. Maar je voelt ook dat de wil groeit om opnieuw te investeren in defensie – niet alleen in militair materieel, maar ook in de weerbaarheid van onze samenleving.

Hybride oorlog en strategische doelwitten

Zijn we vandaag in oorlog?

Ja, we zitten in een hybride oorlog. Ziekenhuizen worden het slachtoffer van ransomware-aanvallen, bedrijven worden gesaboteerd, intellectuele eigendom wordt gestolen. We zien sabotage van infrastructuur, cyberaanvallen op kritieke systemen en desinformatiecampagnes die publieke opinies proberen te beïnvloeden. Dat zijn allemaal elementen van hybride oorlogsvoering. 

Elk bedrijf moet beseffen dat het een strategisch doelwit kan zijn — zeker wie actief is in hoogtechnologie, farma, AI of kritieke infrastructuur. Dat zijn sectoren waar kennis, data en innovatie strategische waarde hebben.

Wat betekent dat concreet voor ondernemingen?

Het begint bij awareness. Ken ik mijn werknemers? Ken ik mijn subcontractors? Wie komt er op mijn site? Wie heeft toegang tot mijn systemen? Heb ik oog voor een mogelijke inner threat? Daarnaast is er de fysieke veiligheid. Kan je zomaar binnen in mijn bedrijf? Zijn kritieke installaties beschermd? Ben ik drone-proof? Veel bedrijven denken dat veiligheid vooral een IT-probleem is. Maar het is veel breder dan dat.

Weerbaarheid begint bij je waardeketen. Je moet jezelf de vraag stellen: ben ik echt Belgisch of Europees in mijn kern? Of ben ik afhankelijk van spelers buiten Europa voor cruciale componenten? De afhankelijkheid van Chinese of andere niet-Europese spelers moet zo klein mogelijk zijn. Dat de plastieken rotors van een drone uit China komen, tot daar aan toe. Maar het hart van je product – de chips, de software, de hoogtechnologische kennis – moet van een trusted partnerkomen. Made in Europe dus. Wij moeten leren eerst op onze eigen voeten te staan.

Defensie-investeringen in Europa

Europa investeert opnieuw fors in defensie. Wat betekent dat voor bedrijven?

Binnen de NAVO is er het engagement om 2 procent van het bbp te besteden aan militair materieel. België moet daar een inhaalbeweging maken, vooral in kwantiteit. Daarnaast wil men ook investeren in de weerbaarheid van de samenleving: infrastructuur, cyberveiligheid, bescherming van kritieke knooppunten. Dat creëert opportuniteiten voor bedrijven.

Let wel, wie met defensie wil werken, moet geduld hebben – en over voldoende middelen beschikken. Je moet durven investeren zonder garantie op succes. Misschien komt er een tender en is er iemand anders die twintig procent goedkoper is. Dan heb je geïnvesteerd en vis je achter het net. Dat risico hoort erbij.

Het probleem is dat l’Europe de la Défense nog niet echt bestaat. Grote landen denken vaak nog nationaal. Franse of Duitse bedrijven zeggen: mijn product is nationaal ontwikkeld.

claude van de voorde

 Hoe kan een kmo dat risico beperken?

Door altijd te denken in dual use. Met andere woorden: kan wat ik ontwikkel voor defensie ook een toepassing hebben in de burgerwereld? Voor Belgische kmo’s is dat cruciaal. Wij hebben geen grote end-to-end defensie-industrie zoals Frankrijk of Duitsland. Wij moeten kijken waar we kunnen aansluiten als subcontractor. Welke nichecapaciteit heb ik waarin ik technologisch voorop loop? Waar kan mijn expertise een verschil maken? Vaak zal het eindproduct van grote internationale spelers komen. Bedrijven zoals Rheinmetall of Thales bouwen het eindproduct. 

Maar daaronder zit een hele keten van toeleveranciers en subcontractors. In België hebben we sterke spelers zoals FN Herstal, Sonaca en Barco. Maar veel innovatie zit bij kleinere bedrijven. Die moeten zich organiseren en hun plaats zoeken in dat ecosysteem.

Hoe staat Europa er vandaag voor op dat vlak?

Het probleem is dat l’Europe de la Défense nog niet echt bestaat. Grote landen denken vaak nog nationaal. Franse of Duitse bedrijven zeggen: mijn product is nationaal ontwikkeld. 

Als ik Belgische bedrijven moet integreren, kost dat mij tijd en geld. Daarom pleit ik voor een bottom-up aanpak. Werk samen met gelijkgestemde landen die dezelfde noden hebben. Bundel middelen, ontwikkel samen oplossingen. Een goed voorbeeld daarvan is het European Air Transport Command. Dat is een samenwerkingsverband tussen België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Italië, Nederland en Spanje op het vlak van militair luchttransport. Door middelen te delen, werk je efficiënter en bespaar je kosten.

België heeft historisch een moeilijke relatie tussen defensie en industrie. Is dat veranderd?

Na het Agusta-schandaal is er een muur opgetrokken tussen leger en industrie. Als je decennialang niet met elkaar praat, is er geen vertrouwen. Dat vertrouwen moet hersteld worden. In landen zoals het Verenigd Koninkrijk of Frankrijk is de samenwerking tussen defensie en industrie altijd blijven bestaan. Daar ziet men de defensie-industrie ook als een strategische economische sector. In België proberen organisaties zoals de Belgian Security & Defence Industry, onder leiding van Stéphane Burton, die brug opnieuw te slaan. Maar dat vraagt tijd.

De kern van resilience: economie en defensie

De defensie-industrie is hot momenteel: er zijn conferenties en steeds meer nationale en internationale beurzen, zoals BEDEX en Eurosatory. Hoe moet een bedrijf zich voorbereiden op zo’n beurs of event om daar het maximum uit te halen? 

Je moet voorbereid gaan. Kijk eerst wie er deelneemt. Wie zit in mijn sector? Met wie moet ik praten? Ga naar de grote spelers. Ga naar de stand van defensie. Spreek met mensen van material resources, want zij beslissen over aankopen. Spreek ook met de operationele commandanten. Zij weten welke capaciteiten in de toekomst nodig zijn. En stel jezelf de vraag: waar kan ik inspringen als subcontractor? Hoe word ik deel van die ijsberg onder het grote contract?

Resilience is een whole-of-society approach. Economie en defensie kunnen niet los van elkaar functioneren. De ecosystemen moeten elkaar leren kennen.

claude van de voorde

Hoe ziet u de spanningen tussen ESG en defensie?

Daar zien we een duidelijke evolutie. Lange tijd waren banken en investeerders zeer terughoudend. Defensie werd uitgesloten omdat het niet in het ESG-denkkader paste. Maar men beseft stilaan dat veiligheid een voorwaarde is voor duurzaamheid. Maar er wordt wel meer rekening gehouden met energie, met milieu-impact en met duurzaamheid. België is historisch een pacifistisch land – soms zelfs een beetje naïef. Maar de realiteit dwingt ons om anders te kijken.

Wat is volgens u de kern van resilience?

Resilience is een whole-of-society approach. Economie en defensie kunnen niet los van elkaar functioneren. De ecosystemen moeten elkaar leren kennen. Als je elkaar niet kent, is er geen vertrouwen. En zonder vertrouwen geen samenwerking. Wij hebben de brains in huis. We hebben technologie, kennis, innovatieve scale-ups. Wat ontbreekt, is structurele samenwerking en de wil om Europees te denken. Meer geld uitgeven is nodig. Maar beter uitgeven is minstens even belangrijk.

BEDEX: brug tussen defensie en industrie

In Brussel vindt op 12 en 13 maart BEDEX plaats, de Brussels Defense Exhibition & Conference. De vakbeurs brengt defensie, veiligheidsdiensten, technologiebedrijven en beleidsmakers samen rond militaire innovatie, cyberveiligheid en strategische weerbaarheid. In een context van oorlog aan de Europese buitengrens en toenemende geopolitieke spanningen wil BEDEX de brug slaan tussen defensie en industrie. 

Dit is jouw moment

Wij helpen je om het meeste te halen uit dit moment voor je merk